Natuurpunt Gent is een regionale natuurvereniging voor Gent, Sint-Martens-Latem en Destelbergen. Samen met meer dan 6377 gezinnen-leden maken wij werk van meer natuur voor iedereen. Meer dan 250 lokale vrijwilligers zetten zich dagelijks in voor het beheer van natuurge-bieden, een sterke beleidswerking, een onovertroffen verenigings-werking met honderden activiteiten, ... en voor een enorm draagvlak voor natuur en natuurbeleid in Gent, Sint-Martens-Latem en Destelbergen.
Help de natuur in Vlaanderen. Word met het ganse gezin lid van Natuurpunt.
Zondag 22 januari:
Oostkusttocht
Zaterdag 28 januari:
Maandelijkse beheernamiddag
Zondag 29 januari:
Natuurwandeling in de Gentbrugse Meersen
Zondag 29 januari:
Zeearendentocht Biesbosch
Werkgroepen - Invertebratenwerkgroep - Dossiers
Zuidelijke boomsprinkhaan in de Vaderlandstraat
Ward Vercruysse en Bernard Van Elegem
25 juli, een warme zomeravond. Ondergetekenden inventariseren met de bat-detector sprinkhanen in de Vaderlandstraat. De detector staat nauwelijks enkele seconden aan of al gauw blijken in verschillende voortuintjes struiksprinkhanen te zingen.
De struiksprinkhaan is in België vrij algemeen en zingt de ganse dag door. Zijn geluid is voor het menselijk oor echter vrijwel onhoorbaar. Met behulp van een bat-detector kun je hun zang hoorbaar maken. Het typische getik is dan gemakkelijk te herkennen.
De struiksprinkhaan behoort tot de familie van de sabelsprinkhanen (Tettigoniidae) en komt in allerlei biotopen met geschikte bomen en struiken voor. De belangrijkste zijn: halfopen duinstruwelen, droge heidevelden met opslag, bosranden, open bossen en kapvlakten, maar vooral in tuinen en parken in het stedelijk gebied. Zijn aanwezigheid in de Gentse parken en wijken met voldoende bomen en struiken is dan ook geen verassing meer.
Verstopt in een dichte hulststruik
Een poging om een van de struiksprinkhanen met behulp van een zaklamp te zien te krijgen, levert niks op: van zodra we te dicht komen stopt het dier met zingen. In een dichte hulststruik blijken die beesten ’s nachts moeilijk te vinden... Even later wordt onze aandacht getrokken door een boomsprinkhaan in diezelfde struik. Ward merkt onmiddellijk de korte vleugels op. Dit betekent dat het ofwel om een onvolgroeide gewone boomsprinkhaan gaat, of om een volwassen zuidelijke boomsprinkhaan. Om hier uitsluitsel over te hebben, moeten we het dier kunnen vangen en de adering in de vleugels kunnen bekijken. Wanneer we dichtbij komen, laat de sprinkhaan zich helaas onmiddellijk vallen en vinden we hem niet terug. Na wat verder zoeken, en na vangst van enkele onvolgroeide boomsprinkhanen, die niet tot op soort determineerbaar zijn, hebben we prijs. We slagen erin een volwassen wijfje te vangen en na wat determinatiewerk hebben we zekerheid: het is een zuidelijke boomsprinkhaan!
In België werd de zuidelijke boomsprinkhaan (Meconema meridionale) voor het eerst in Aische-en-Refail waargenomen (langs een autosnelweg in de provincie Namen). Sindsdien zijn er redelijk wat waarnemingen uit Brussel en enkele uit Gent. Deze soort heeft een klein verspreidingsgebied dat in een recent verleden nagenoeg beperkt was tot Italië, Zuid-Frankrijk en westelijk Kroatië en Slovenië. Recent werden echter nieuwe populaties ontdekt in Nederland, België, Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland.
Zo goed als alle waarnemingen buiten het oorspronkelijk verspreidingsgebied hebben betrekking op steden (Parijs, Maastricht, Brussel, Gent,...). Veel dieren in Nederland werden waargenomen op muren van flatgebouwen, die zich in de onmiddellijke omgeving van bomen en grote struiken bevonden. In Italië wordt de soort echter in allerlei landschappen op de meest uiteenlopende soorten bomen en struiken aangetroffen (hazelaars, berken, eiken, essen, beuken, iepen, wijnranken, rozenstruiken, clematissen, ...).
Per auto, trein of plant
Hoe de soort precies bij ons geraakt is, is niet met zekerheid bekend, maar het staat vast dat deze soort met erg korte (‘gereduceerde’) vleugels onmogelijk op eigen houtje zo noordelijk kan geraakt zijn op zo’n korte tijd. Omdat nagenoeg alle noordelijke vindplaatsen in steden gelegen zijn, vermoedt men dat deze sprinkhaansoort zich heeft laten meevoeren met auto’s, treinen,… Een andere mogelijkheid, waar in de literatuur niks van vermeld wordt, is dat de soort via plantgoed hier kan geraakt zijn (in wat voor stadium dan ook - ei, larve,…). Heel wat plantgoed van onze tuincentra blijkt immers afkomstig uit Italië (hoofdzakelijk uit Toscane).
De weinige gegevens van deze soort laten voorlopig niet toe om met zekerheid te stellen dat de soort enkel in steden voorkomt. Het is niet duidelijk of de waarnemingskans in steden gewoon groter is doordat er meer sprinkhaanbestuderende mensen aanwezig, of dat de soort inderdaad in steden voorkomt omdat hij zich in het noorden enkel kan voortplanten in stedelijke milieus vanwege het warmere microklimaat. Stadsbewonders gaan trouwens graag met de auto op reis naar het zonnige zuiden en planten al eens een buxushaagje…
Op zoek in je tuin?
Een zuidelijke boomsprinkhaan vinden én herkennen is specialistenwerk. Hieronder vind je de kneepjes van het vak. Stuur ons zeker je waarnemingen op. Daarmee leren we meer over weeral een van die zuidelijke insecten die het noorden koloniseert.
Hoe ze te vinden
De zang van de zuidelijke boomsprinkhaan heeft een te lage frequentie om met een bat-detector te worden waargenomen en voor het menselijk oor is het geluid enkel op zeer korte afstand hoorbaar. De beste manier om de soort te vinden is daarom om in het donker op pad te gaan met een zaklamp en bomen en struiken (in verstedelijkte omgeving) af te speuren. Een andere manier is om overdag met een stok op bomen of struiken te kloppen en te checken of er geen sprinkhanen uit gevallen zijn. Deze tweede methode behoort eerder tot het ‘try this at home’ type, wil je vermijden om te worden opgepakt wanneer je bij een nietsvermoedende burger de bomen in zijn tuin aftroeft...
Determinatie
De zuidelijke boomsprinkhaan is een vrij kleine, slanke sabelsprinkhaan, met een lichtgroene kleur. Over het achterlijf, het halsschild en de kop loopt een dunne geelwitte streep. Aan de achterrand van het halsschild bevinden zich twee bruine vlekken. De voorvleugels zijn in beide seksen sterk gereduceerd en raken elkaar boven het achterlijf alleen aan de basis. De achtervleugels zijn nog iets korter dan de voorvleugels.
De soort lijkt veel op de gewone boomsprinkhaan (Meconema thalassinum). Het belangrijkste onderscheid is dat de boomsprinkhaan langgevleugeld is (vleugels reiken tot achterknie) terwijl de zuidelijke boomsprinkhaan gereduceerde vleugels bezit. Verwarring kan optreden met nymfen (onvolgroeide of onvolwassen dieren) van de gewone boomsprinkhaan. Bij nymfen vallen de parallel lopende aders (dus zonder dwarsadering) van de voor- en de achtervleugel op. Bij de imago’s (volwassen stadium) van de zuidelijke boomsprinkhaan valt echter de netvormige adering van de voorvleugels op. De nymfen van de twee soorten zijn niet van elkaar te onderscheiden en voor zekerheid van determinatie heb je dus imago’s nodig.
Ben je er dus eenmaal in geslaagd een boomsprinkhaan te vinden, let dan op het volgende: voor uitsluitsel moet je lengte- en dwarsadertjes (‘cellen’ dus) in de (korte) voorvleugels zien. Veel succes!
Bezorg je waarneming
Het is zeker nuttig om een nauwkeuriger zicht op de verspreiding van de zuidelijke boomsprinkhaan te krijgen. Dit zou kunnen helpen om een aantal van de vragen omtrent de kolonisatiewijze en de gebondenheid aan stedelijke milieus op te lossen. Bij deze daarom een oproep aan iedereen die in sprinkhanen en insecten geïnteresseerd is om te letten op de (mogelijke) aanwezigheid van zuidelijke boomsprinkhaan. Voor wie meer over sprinkhanen wil lezen, is de website van Saltabel een aanrader: www.saltabel.org.